Line-upBiografie

1981:

Ergens in Diest zoeken vier plaatselijk jongelui een studiootje op boven Café 'Oud Diest' en nemen er het singeltje 'So called friends/Frozen faces' op. Humo knikt instemmend en Luc Janssen speelt het nummertje van The Scabs zijn avant garde programma 'Domino'.

 

1981:

Een tweede singeltje verschijnt (Beat me up/There's nothing wrong). The Scabs mogen als vast voorprogramma mee touren met de Kreuners. Als promotie nemen ze onder leiding van Jean-Marie Aerts een mini album op. ('Here's to you, gang'/EMI)

 

1983:

'Matchbox car' wordt meteen een culthit in het alternatieve circuit en de nog prille Scabs mogen het Torhout/Werchter festival openen tussen goden als: U2, Simple Minds, John Cale, Eurithmics.

 

1984:

Jean-Marie Aerts produceert de maxi single 'No pay today' en raadt de band aan nog te wachten met het opnemen van een full album. De groep negeert de goeie raad. Ze maken samen nog één single: 'The one a& only'.
Hun eerste full album wordt ingeblikt in een productie van Iain O'Higgins, een brit uit de entourage van The Bollock Brothers. 'For all the wolf calls' wordt echter niet het verhoopte succes en platenfirma EMI laat de groep vallen.

 

1986:

Oostendse punkrocker Willy Willy vervoegt de band en The Scabs scoren een radiohitje met het akoestische 'Stay'. Hun mini album 'Rockery' wordt geproducet door Werner Pensaert. Via het sublabel 'Smash' records weten The Scabs een contract te versieren bij platenfirma Play it again, Sam.

 

1987:

Met de toen nog onbekende Danni Klein (Vaya Con Dios) en de Amerikaanse B.J. Scott als backing vocals nemen ze de maxi single 'The Pimp' op.

 

1988:

De steeds belangrijker wordende Werner Pensaert bezorgt de groep met het album 'Skintight' radiohits als 'Halfway home' en het tijdloze 'Crystal eyes'.

 

1990:

Live krijgt de band een massale aanhang. Het album 'Royalty in exile' wordt hun meesterwerk en 'Hard times' groeit uit tot een klassieker. Nummers als 'Time' en 'I need you'  zorgen ervoor dat je de radio niet kan opzetten zonder The Scabs te horen. Hun eerste gouden album is een feit.

 

1991:

'Jumping the tracks', weerom geproducet door 'the fifth scab' Werner Pensaert, wordt al goud in voorverkoop. 'Don't you know', 'Robbin' the liquor store' en 'Nothing on my radio' worden klassiekers. The Scabs knagen aan de grenzen in Nederland, Duitsland en Zwitserland maar slagen er niet in door te breke

 

1992:

Torhout/Werchter is inmiddels een festival met Europese allures geworden en The Scabs houden er voor een tweede keer een triomfantelijke doortocht.

 

1993:

In een poging om de live sound op een studio album vast te leggen neemt de band het mini album 'Inbetweenies' op in de studio van George 'Golden Earring' Kooymans. 'Can't call me yours' zindert na op de radio. Mike Vernon, producer van oa.  Het prille Fleetwood Mac en Ten Years After, wordt aangezocht om het album 'Dog days are over' te producen in de legendarische Chipping Norton studios in Engeland. Hun gouden album siert er de muren tussen 'City to city' van Gerry Rafferty, een dozijn albums van Status Quo, The Proclaimers en een debuterend Radiohead.  Met 'She's jivin'' scoren The Scabs weer een radiohit en forceren ze ei-zo-na een doorbraak in Frankrijk.

 

1994:

The Scabs releasen een langverwacht live album. En wat voor één! Het dubbelalbum bevat een electrisch concert op Marktrock Leuven en een tweede cd met een akoestisch concert met allerhande guests gaande van de Amerikaanse BJ Scott tot Wolfbanes-leider Wim Punk.

 

1995:

Exit Willy Willy, enter Tjenne Berghmans (voormalig Clouseau gitarist). De band gaat verder op zoek naar een authentieke rocksound en neemt het album 'Sunset over Wasteland' op met bluesman Marc Thijs (Marc T).

 

1996:

In februari bericht het laatavondjournaal op diverse Vlaamse zenders over de split van The Scabs. Rockminnend Vlaanderen plengt een traan.

 

1997:

Guy Swinnen houdt zich live onledig in de culturele centra met projecten zoals de Johan Verminnen-hommage 'Spelers en drinkers' of als duo met Patrick Riguelle.

 

1998:

Het eerste solo album is een feit. 'Hazy' is een zwaarmoedig album dat afrekent met het verleden en de frustraties. Het veranderde muzikale landschap zorgt ervoor dat 'I'm alive'slechts sporadisch op de radio wordt gespeeld. Play it again, Sam beëindigt het contract na tegenvallende verkoopcijfers. Guy Swinnen and the banned proberen live het album nog te promoten.

 

2002:

De cirkel is rond. Guy Swinnen verzamelt enkele ouwe makkers rond zich om de singel 'Learning to be free' in eigen beheer te releasen. De groep luistert naar de naam 'Jonesy' en heeft zijn nieuwe guitarbuddy Bert Van Hoeylandt in de rangen. Radio 1 knikt instemmend en geeft het plaatje de nodige airplay.

 

2003:

De theaters van Vlaanderen worden de nieuwe habitat van de ouwe rockzanger. Samen met Jan hautekiet en Andries Boone brengt hij akoestische interpretaties van nieuw werk, covers en Scabs klassiekers onder de noemer 'Hard Times revisited'. De tour resulteert in een symphatiek live cdtje met dezelfde naam, dat hier en daar op positieve reacties mag rekenen.

 

2005:

Na diverse bezettingsveranderingen wordt Jonesy gewoon 'Swinnen' en vinden Guy en Bert nieuwe bondgenoten in producer Mauro Pawlowski en platenfirma Petrol. Het gelijknamige debuutalbum mag op erg lovende kritieken rekenen in Humo en Knack. Guy blijkt een echte survivor te zijn zowel muzikaal als in het echte leven. Hij wint de realityshow 'Stanley's route' die zich in het onherbergzame Tanzania afspeelt.

 

2006:

Een  Swinnen concert in de Brusselse AB Club resulteert in het nieuwe live album: 'Live in Brussels'.